Algemeen

Binnen het onderwijs zullen er altijd kinderen zijn met rekenproblemen. Het hangt van het gegeven onderwijs en de gegeven hulp af, in hoeverre deze
kinderen daar veel hinder van ondervinden. Wie oog heeft voor de verschillen tussen kinderen, zal proberen het onderwijs af te stemmen op het ontwikkelingsniveau en de instructiebehoefte van het individuele kind. Hierdoor krijgt elk kind de kans zich op zijn eigen manier competent te voelen, zich te ontwikkelen en zijn kennis en vaardigheden te vergroten.

Rekenen: een hele opgave, deel 1 is bedoeld als handboek voor leerkrachten (in opleiding), remedial teachers en anderen die kinderen willen ondersteunen bij hun rekenontwikkeling. Daarbij is het individuele kind in beeld en niet de groep waarin een kind zit. De nadruk ligt op het optimaliseren van het onderwijs voor het individuele kind.

Deel 1 van Rekenen: een hele opgave is zowel een leidraad bij het voorkomen en signaleren van rekenproblemen als een hulpmiddel bij het diagnosticeren en het geven van hulp aan kinderen met rekenproblemen. Daarom biedt het boek naast een theoretische basis vooral veel praktische richtlijnen en adviezen.

In de eerste twee hoofdstukken wordt uitgebreid ingegaan op algemene theorieën over het huidige rekenonderwijs, op problemen die kinderen kunnen ondervindenbij (leren) rekenen en op mogelijkheden tot diagnostisering van deze problemen. De volgende drie hoofdstukken zijn meer gericht op de praktijk van respectievelijk rekenonderwijs bij kleuters, aanvankelijk rekenen en voortgezet rekenen tot 100. Elk hoofdstuk begint met een beknopte beschrijving van de reguliere ontwikkeling, waarna de auteurs uitgebreider ingaan op de vraag, wat een leerkracht kan doen met kinderen bij wie deze ontwikkeling stagneert.

De auteurs hebben zich bewust beperkt tot getallen en bewerkingen; vaardigheden die in de praktijk het grootste deel van het rekenonderwijs innemen en op zichzelf al een breed onderwerp vormen. Tijd, geld en meten zijn buiten beschouwing gelaten. Deze onderwerpen komen in deel 2 van Rekenen: een hele opgave aan bod.

Informatie uit de Kwantiwijzer voor leerkrachten (Van den Berg et al., 1992) is soms letterlijk, vaak geparafraseerd en herhaaldelijk naar de intentie opgenomen. Het grootste deel van dit materiaal is ook te vinden en downloaden op de website bij dit boek: www.rekeneneenheleopgave.nl. Daar vindt u ook gebruiksmaterialen en achtergrondinformatie.

In de tweede druk van het boek hebben de auteurs uiteraard ook recente ontwikkelingen opgenomen, waarbij het Protocol Ernstige RekenWiskundeproblemen en Dyscalculie BaO/SBO/SO (Van Groenestijn et al., 2011) een leidende rol speelt. Ongetwijfeld geven andere boeken een veel uitvoeriger beschrijving van (delen van) de rekenontwikkeling bij kinderen. Ook zijn er diverse uitgebreidere materialen op de markt voor de remediëring van rekenproblemen. In dit boek hebben de auteurs theorie en praktisch materiaal overzichtelijk bij elkaar gebracht.

Bij Rekenen: een hele opgave, deel 2 gaat het vooral om het rekenen en minder om het leggen van een theoretische basis (die is te vinden in deel 1).
Na de inleiding in hoofdstuk 1 ‘Rekenonderwijs: stand van zaken’ geven de auteurs in hoofdstuk 2 ‘Rekendiagnostiek en algemene richtlijnen voor handelen’ leerlijnen en leerdoelen, beschrijven we leerkrachtvaardigheden, geven we aanwijzingen voor het signaleren en analyseren van de problemen, beschrijven we de diagnostiek en geven we aanwijzingen voor het bieden van hulp.
In de hoofdstukken 3 ‘Optellen en aftellen tot duizend en hoger’ en 4 ‘Vermenigvuldigen en delen tot duizend en hoger’ komen de basisbewerkingen optellen, aftellen, vermenigvuldigen en delen tot duizend (en hoger) aan de orde.
Hoofdstuk 5 ‘Breuken, kommagetallen en procenten’ gaat over breuken, kommagetallen en procenten, met daarin onder meer het gebruik van een verhoudingstabel.
De auteurs besteden in dit hoofdstuk ook uitgebreid aandacht aan de leerkrachtvaardigheden, vanuit de visie dat werken met breuken ‘vroeger’ op de basisschool niet het eenvoudigste onderdeel was en vaak geïnspireerd was op een vooral mechanistische werkwijze, waarin wellicht minder aandacht was voor het begrijpen van wat je deed.
Hoofdstuk 6 ‘Rekenen met maten, geld en tijd’ gaat over rekenen met maten, geld en tijd. In dit hoofdstuk ontbreekt een instaptoets (behalve voor klokkijken), maar wordt wel aangegeve welke toets je daarvoor kunt gebruiken, evenals de te bieden hulp. Hier wordt vrwezen naar bestaande hulpmiddelen, omdat deze voldoende ondersteuning bieden en een goede opbouw kennen.
Het laatste hoofdstuk 7 ‘Dyscalculie’ gaat over dyscalculie en bevat de definiëring van het begrip, geeft richtlijnen voor de herkenning ervan en gaat ook in op het bieden van hulp.

Deel 2 van Rekenen: een hele opgave wil vooral de dagelijkse onderwijspraktijk ondersteunen en biedt met name pragmatische, maar vaak ook praktische onderwerpen aan die een leerkracht in kan zetten in zijn didactisch handelen.