De voorbereiding

 

Jan Mulder, vakdidacticus CKV, zet de aandachtspunten voor u op een rij:

 

Algemeen

Met de invoering van het vmbo is Culturele en Kunstzinnige Vorming een onderdeel van het programma van alle leerlingen in de vier leerwegen geworden. Vier culturele activiteiten en het kunstdossier vormen het hart van dit vak. In principe zijn de activiteiten verspreid over drama, muziek, beeldende vorming en dans. Het examenprogramma legt veel nadruk op de actieve leerling, die een aantal nieuwe culturele en kunstzinnige ervaringen opdoet en verwerkt.

 

Interdisciplinair samenwerken

Scholen die alvast willen beginnen met CKV op het vmbo in het schooljaar 2000-2001 kunnen gebruik maken van de ervaringen van deze proefscholen, het lesmateriaal dat in dat kader inmiddels is ontwikkeld en de CKV-bonnen die dan al beschikbaar zijn voor de leerlingen in de derde klas. Ook wordt nu al nascholing aangeboden.
Voor het nieuwe vak is een sectie of werkgroep nodig met docenten van verschillende kunstvakken, die gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het geheel: docenten handvaardigheid, textiele werkvormen, tekenen, muziek en drama. Maar ook CKV1-docenten kunnen meewerken om samen gestalte te geven aan CKV in het vmbo. Om de inhoud en organisatie van dit onderdeel goed af te stemmen is het van belang dat alle betrokken docenten goed zijn ingevoerd in de doelstellingen, didactiek en planning.

 

Druk op culturele instellingen

Scholen met een havo/vwo-afdeling kunnen goed gebruikmaken van de ervaringen die zij momenteel bij CKV1 opdoen met culturele activiteiten en het kunstdossier. Een belangrijk verschil met het vmbo is de aandacht voor achtergrondkennis. Voor de brede scholengemeenschap is het van belang rekening te houden met de organisatorische en inhoudelijke consequenties van CKV in het vmbo. Alleen al het feit dat straks veel meer leerlingen gebruik zullen maken van dezelfde culturele instellingen in de eigen regio maakt het noodzakelijk het cultuurbeleid binnen de school te harmoniseren. Alle scholen - ook die zonder havo/vwo-afdeling - zullen rekening moeten houden met de druk van andere scholen in de omgeving op de lokale culturele instellingen. Goede onderlinge communicatie en afstemming is onontbeerlijk.

Aandachtspunten bij de voorbereiding

  1. De kunstbonnen tijdig aanvragen: die zijn er al volgend schooljaar, voor de derde klassers vbo en mavo.
  2. Algemene informatie over CKV verspreiden onder collega?s en schoolleiding. Te denken valt aan het examenprogramma, de richtlijnen voor de kunstvouchers, de eventuele afstemming met CKV1 en de concrete plannen voor volgend jaar.
  3. Culturele activiteiten plannen voor het volgend schooljaar. Redelijk makkelijk te realiseren is een filmvoorstelling of museumbezoek.
  4. Een eenvoudige versie van een kunstdossier door leerlingen laten aanleggen. In Palet CKV voor het vmbo werken de leerlingen aan het kunstdossier.
  5. Taakuren: tijdig vaststellen wie volgend jaar verantwoordelijk is voor het vak en hoe de investering aan tijd wordt vergoed (bijvoorbeeld door middel van taakuren).
  6. Investeren in team-building binnen de nieuwe sectie CKV kan geen kwaad. In het aanloopjaar is het belangrijk dat minstens twee docenten betrokken zijn bij de opzet en uitvoering en dat alle docenten die het vak gaan geven vanaf het begin bij het gehele proces zijn betrokken.
  7. De vorming van een kunstsectie: is het de bedoeling om, net als bij CKV1 een kunstsectie in het leven te roepen? Wordt het dan een aparte sectie of wordt de bestaande sectie uitgebreid met de vmbo?ers? Deze vragen alvast bespreken met betrokken collega?s en de schoolleiding.
  8. Profiteer van de opgedane ervaringen. Als u werkt op een school met een havo/vwo-afdeling, maak kennis met de praktijk door alvast de CKV1-bijeenkomsten en activiteiten te bezoeken. Gebeuren daar dingen die ook heel goed in het vmbo kunnen, of is de leeftijd en schooltype zo anders dat je toch een eigen weg wil volgen?
  9. Begeleiding van de leerlingen: hoeveel begeleiding heeft een leerling nodig? Gebeurt dit in reguliere lestijd? Kunnen leerlingen voor een deel zelf vrij kiezen voor bepaalde activiteiten? Zo wel, geeft de mentor vooraf toestemming?
  10. Budget: wat kost CKV? Is het subsidiegeld (van de overheid voor de kunstvouchers enzovoort), genoeg om alle kosten te dekken?
  11. Methodes en materiaal: de eerste leergangen voor CKV in het vmbo zijn pas voor het schooljaar 2001-2002 te verwachten. Palet CKV voor het vmbo verschijnt in januari 2001. Ondertussen kan men werken met materiaal zoals ontwikkeld door Codename Future, de SLO en, hoewel de mogelijkheden beperkt zijn, bewerkingen van de bestaande methodes voor CKV1.
  12. De verdeling van de tijd: voor CKV is 40 klokuren studiebelasting uitgetrokken. Er zijn verschillende mogelijkheden om dit in het jaarrooster op te nemen. Bijvoorbeeld één uur in de week gedurende het hele jaar. Maar het kan ook in ?blokken?, bijvoorbeeld in een werkweek van 40 uur of in twee weken van 20 uur, verspreid over het schooljaar. Volgend jaar kan men alvast experimenteren met één blok.
    Op deze site wordt ook een mogelijke urenverdeling beschreven.

 

Scholing CKV

Het Instituut voor Didactiek en Onderwijs van de Vrije Universiteit te Amsterdam is dit voorjaar begonnen met scholing voor CKV in het vmbo. Het betreft een tweedaagse cursus waarin zowel de punten die in het artikel zijn beschreven aan de orde komen als de ervaringen van de 16 vmbo-proefscholen en de relevante ervaringen met CKV1. De cursus kan ook op de eigen school (in company) worden gegeven.
De cursusleiding is in handen van Jan Mulder. Voor informatie kunt u bellen met het secretariaat onderwijs van het IDO/VU: 020 - 444 92 22.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Vakkundig CKV, het servicebulletin van ThiemeMeulenhoff voor de kunstvakken.