Mieke

Context: een schoolsituatie waarin Mieke (zeventien jaar) contact opneemt met de maatschappelijk werker die verbonden is aan de middelbare school. Ze wil met hem praten, want het gaat niet zo goed.

Mieke zit op de havo en heeft het daar best naar haar zin. Ze heeft een paar vrienden waar ze mee optrekt en ze kan het niveau goed aan. Echter, de laatste maanden loopt het niet meer zoals ze wil. Ze loopt veel te piekeren. Haar concentratievermogen is achteruitgegaan en ze kan daardoor de aandacht niet meer bij de les houden. Dat is de reden geweest om eens te praten…

Mieke woont thuis bij haar moeder en stiefvader. Haar moeder Janneke (38 jaar) is twee jaar geleden opnieuw getrouwd met Hans (38 jaar) en samen hebben zij nog een dochter gekregen (Rineke, 1 jaar). Hiervoor heeft Mieke acht jaar alleen gewoond met haar moeder, na de scheiding van haar ouders.

Mieke kan het niet goed met haar stiefvader vinden en zet zich daardoor thuis erg af. Ze neemt niets van Hans aan en als haar moeder het voor hem opneemt, kan zij een snauw verwachten. De spanning loopt hierdoor soms hoog op.

Met name door de geboorte van Rineke is dit negatieve gevoel naar haar stiefvader sterker geworden, want hij gedraagt zich naar Mieke steeds meer als haar echte vader. Mieke vat dit op als bemoeizucht en kan het niet van hem accepteren.

Daarnaast spelen tegenstrijdige gevoelens voor Rineke een rol. Enerzijds is ze heel blij met haar lieve zusje, anderzijds kan ze het moeilijk verkroppen dat het niet haar ’echte’ zusje is. Ze vindt het ook moeilijk dat de band met haar moeder niet meer zo goed is als vroeger en verwijt Hans dit. Ze zegt dat ze hem nooit als haar vader zal zien en accepteren.

Mieke heeft nog wel veel contact met haar biologische vader Frank (40 jaar). Ze zou graag bij hem willen wonen om de afstand thuis wat te vergroten.

Toch ziet het ernaar uit dat ze de komende tijd thuis moet blijven wonen, want haar vader heeft een drukke, veeleisende baan en is veel van huis. Die ziet ze nu in een weekend een keer in de twee weken.

Met haar vrienden kan ze wel goed kletsen, maar dit is toch iets wat ze niet graag met hen bespreekt, omdat ze zich dan schaamt en zich enigszins verraden voelt. Ze merkt dat ze kribbiger wordt naar haar vrienden. Ze zag gisteren dat een van haar vriendinnen in de pauze demonstratief bij een ander groepje ging staan en haar negeerde. Hier baalt Mieke van en ze weet niet wat ze hiermee moet. Ze voelt zich eenzaam en down. Ze heeft zelf contact opgenomen met schoolmaatschappelijk werk na de tip van een vriendin om hier eens te praten.

Inmiddels heb je een aantal gesprekken met Mieke gehad. Het gaat echter steeds minder goed met haar. Ze wordt somberder. 'Mijn moeder heeft een nieuw gezinnetje met haar nieuwe man en ik pas niet in het plaatje en mijn vader heeft geen tijd voor mij. Het is tijd om te vertrekken,' aldus Mieke. Tijdens de laatste bijeenkomst geeft ze aan dat ze vertrekt. Ze vraagt jou met niemand hierover te praten. Een uur na het gesprek belt de moeder van Mieke. Ze vraagt je hoe het met de gesprekken gaat. Zij maakt zich grote zorgen om Mieke.

 

Wat moet de maatschappelijk werkster doen? Ze heeft twee handelingsalternatieven:

Zij stelt de moeder op de hoogte van het voornemen van Mieke.

Zij stelt de moeder niet op de hoogte van het voornemen van Mieke.

 

1.    Beoordeel deze handelingsalternatieven vanuit de gevolgenethiek. Geef argumenten.

2.    Beoordeel deze handelingsalternatieven vanuit de plichtethiek. Geef argumenten.

3.    Beoordeel deze handelingsalternatieven vanuit de deugdethiek. Geef argumenten.

4.    Welke artikel uit de beroepscode is van toepassing op deze situatie? Hoe beoordeel je de keuze voor de twee handelingsalternatieven vanuit de beroepscode?