Groepsleidster in socio-woning

'Ik ben Janet en werk als groepsleidster in de psychiatrie in een unit in een woonwijk. De bewoners hebben ieder een eigen kamer, maar maken samen ook veel gebruik van de woonkamer. Eén keer in de twee maanden heb ik met mijn collega’s Dorien en Bart een intervisiegesprek. Deze keer moet ik een praktijkervaring inbrengen, waarover we dan gaan discussiëren.

Ik had een heel speciale ervaring met een mannelijke bewoner van rond de 45 jaar. Hij gaf steeds aan een mooie vrouw te missen in zijn leven. Wat hij miste kon ik hem nooit geven, maar genegenheid en een beetje warmte wel.

Soms, als hij erg depressief was, sloeg ik even mijn armen om hem heen. En als hij vrolijk gestemd was, kroop hij dicht tegen mij aan, vooral als ik weer een warme, mohair trui droeg. We knuffelden dan een beetje met elkaar. Ik merkte wel dat hij er seksueel een beetje opgewonden door raakte, maar ik niet.

Ik had niet het gevoel dat hij over mijn grenzen heen ging. Ik voelde mij er goed bij en was blij hem die warmte te kunnen geven. Wat vinden jullie hiervan?'

 

1.    Janet zegt in het gesprek dat zij door het knuffelen de man helpt en hem een goed gevoel geeft. Zij benut haar mogelijkheden op dat punt. Is dat een goed uitgangspunt als hulpverlener ? 

a. Ja

b. Nee

 

2.    Lees artikel 2.5 van de beroepscode voor sociaalagogen en beantwoord de volgende vraag. Is Janet te ver gegaan in haar contact met de bewoner?

a. Ja

b. Nee

 

3.    Wat moet Janet de volgende keer doen?

a. Op dezelfde wijze contact maken.

b. Met hem praten, maar niet meer knuffelen.

c. Met cliënt bespreken hoe hij het knuffelen heeft ervaren.

d. Bij een andere groep gaan werken.

 

4.    Bij een intieme relaties tussen hulpverlener en cliënt heeft de hulpverlener een andere verantwoordelijkheid dan de cliënt.

a. Waar     

b. Niet waar