Signalen uit de wijk

Als sociaal werker signaleer je dat je steeds meer cliënten uit wijk X krijgt met hulpvragen die te maken hebben met opvoeding. Het gaat om normale tot ernstige opvoedingsproblemen, bijvoorbeeld ruzies in de huiselijke sfeer of op school en ruzies met licht fysiek geweld. Je signaleert tegelijkertijd dat een leraar van de buurtschool heel actief aan de slag is om grip op de problematiek te krijgen. Deze leraar vraagt naar jouw beeld van de wijk en of je wilt meewerken om iets te doen aan de gesignaleerde problemen.

Je legt dit voor aan je collega’s die ook in wijk X werken. In een eerste reactie geven ze aan  dat ze de signalen in die wijk wel herkennen, maar geen tijd en zin te hebben om hiermee aan de slag te gaan. Ze wensen de leraar alle succes, maar willen niet meewerken.
Je legt de situatie voor aan je leidinggevende en hij vraagt jou een kort advies te formuleren.

 

1.    Formuleer een advies over de situatie in algemene zin. Geef ook specifiek advies over hoe te reageren op het verzoek van de leraar.

 

Je hebt als sociaal werker contact met mevrouw Joris. Zij heeft relatieproblemen in haar gezin, zowel met haar man als met haar twee kinderen. Ze slaapt er slecht van en kan geen grip krijgen op de situatie. Ze vertelt dat haar oudste zoon (veertien jaar) ’s avonds steeds langer wegblijft en dat ze de ‘vrienden’ waarmee hij omgaat, niet vertrouwt. Haar jongste zoon (negen jaar) klaagt daarnaast dat er altijd ruzies zijn in de wijk, onder andere omdat er helemaal geen speelmogelijkheden in de wijk zijn. Haar man kan de situatie met de kinderen niet aan. Hij zoekt zijn heil in de kroeg en ontloopt ieder gesprek met zijn vrouw.
Na twee gesprekken met mevrouw Joris belt de leraar op met hetzelfde verzoek als in casus 1. De leraar weet niet van jouw contact met mevrouw Joris. Voor jou komt het verzoek mogelijk wel in een ander perspectief te staan.
Je legt dit voor aan je collega’s die ook in wijk X werken. In een eerste reactie geven ze aan dat ze de signalen in die wijk wel herkennen, maar geen tijd en zin te hebben om hiermee aan de slag te gaan. Ze vinden bovendien dat je vanuit je beroepscode niets mag zeggen over de situatie bij mevrouw Joris. Ze wensen de leraar alle succes, maar willen niet meewerken.
Je legt de situatie voor aan je leidinggevende en hij vraagt jou een kort advies te formuleren.

2.    Formuleer een advies over de situatie. Geef aan hoe te reageren op het verzoek van de leraar.

3.    Welke artikelen uit de beroepscode zouden hier van toepassing (kunnen) zijn?