Algemeen

Leren op de werkplek is eigenlijk al jaren vanzelfsprekend voor pabo’s. Elke student loopt vanaf het eerste studiejaar stage en vaak maken de stages de opleiding juist zo boeiend. Je komt in contact met kinderen en leerkrachten, je beleeft de praktijk. Je toetst vanaf het eerste opleidingsjaar de theorie aan de praktijk en denkt na over de betekenis hiervan voor jezelf.

Ontwikkelingen in het onderwijs laten zien dat de werkplek een steeds belangrijker plaats krijgt in de opleiding. Opleiden in de basisschool heeft veel aandacht, studenten brengen een flink deel van hun opleiding door in de praktijk. Dit betekent dat die praktijk ook een rijke leeromgeving voor studenten moet zijn, een plek waar studenten worden opgeleid tot meesterlijk leraar en teamlid.

In Leren op de werkplek komen alle belangrijke thema’s aan de orde die te maken hebben met de stage en het leren op de werkplek. Van de basisschool als lerende organisatie en competentiegericht opleiden tot het voorbereiden van lessen, van klassenmanagement, over kinderen en culturen, tot het omgaan met spanning. Ook de verschillende begeleidingsvormen die je kunt tegenkomen, zoals coaching, supervisie en school-video-interactiebegeleiding krijgen aandacht. Oefeningen en opdrachten verbinden de opgedane, persoonlijke ervaringen op de stageschool aan de kennis, uitgangspunten en visies in dit boek.
In dit boek spreken we nog van stage. We hebben hiervoor gekozen omdat in het veld en in ‘de volksmond’ nog vaak van stage gesproken wordt. In de hedendaagse praktijk echter zijn er lerarenopleidingen die andere terminologieën hanteren, zoals het praktijkleren of werkplekleren. Terminologieën die beter aansluiten bij competentiegericht de opleiding tot leerkracht in de 21e eeuw.

Voor wie?
Dit boek is in de eerste plaats bedoeld voor pabostudenten. Het biedt een hoge gebruikswaarde (op de pabo, op de stageschool, thuis) voor stagiairs uit zowel vol- als deeltijdopleidingen, maar ook voor studenten die betrokken zijn bij opleiden in de school en voor zij-instromers. Mentoren en coaches kunnen dit boek eveneens gebruiken. Ook zij kunnen in de beschrijving van begeleidingsvormen, oefeningen, technieken, begeleiding en coaching, ondersteuning vinden bij hun taak. Een taak die boeit en veelomvattend is. En op de pabo kan dit boek een hulpmiddel vormen bij het op afstand begeleiden van studenten.

Opbouw van dit boek
Leren op de werkplek bevat 22 thema’s, verdeeld in drie delen. Elk thema is zo praktisch mogelijk ingevuld. De bijbehorende theorie wordt compact gepresenteerd.
In deel 1 beschrijven we de fundamenten waarop dit boek is gebouwd, het zijn ook de basisthema’s voor jou als stagiair.
In hoofdstuk 1 staan we stil bij de betekenis van persoonlijk meesterschap in de school als lerende organisatie. Het besef dat we leven en werken in open organisaties, systemen, die elkaar beïnvloeden en beïnvloed worden, het durven leren, durven fouten maken, de dialoog aangaan met elkaar en blijvend reflecteren op ons handelen vormen de kern.
In hoofdstuk 2 sluiten we aan bij de ideeën rond competentiegericht opleiden op de pabo. Kernwoord is hier: integratie … als leraar handel je integraal, je bent tegelijkertijd bezig met instructie geven, motiveren, activeren, klassenmanagement, je draagt zorg voor een positieve sfeer waarin kinderen zich veilig voelen en zich kunnen ontwikkelen. Als stagiair leer je zo snel mogelijk medeverantwoordelijk te zijn voor je eigen leerproces. Een portfolio en een persoonlijk ontwikkelingsplan zijn verbonden met jouw ontwikkeling tot competent leraar. Daarnaast leer je als aankomend leraar onderzoek doen. Onderzoek dat een bijdrage levert aan de ontwikkeling van de school en dat een bijdrage levert aan de kwaliteit van jouw pedagogisch en didactisch handelen.
Ook in hoofdstuk 3 sluiten we aan bij het concept van de lerende organisatie. In Nederland kennen we een grote diversiteit aan scholen, die alle een eigen ontwikkeling doormaken om kinderen kwalitatief goed onderwijs te bieden.
Hoofdstuk 4 schetst de opbouw van stages, zoals die op veel pabo’s te zien is. Studenten doen ervaring op in verschillende scholen, lopen stage op diverse werkplekken en in verschillende leeromgevingen. Zij ontdekken dat onderscheid vaak te maken heeft met verschillen in onderwijsvisie.
Reflectie, een kernbegrip, staat in hoofdstuk 5 centraal, met oefeningen om het reflectieproces te verdiepen. Hoofdstuk 6 biedt zicht op een belangrijk begeleidingsmodel: van sturende begeleiding naar zelfverantwoordelijkheid voor het eigen leer- en ontwikkelingsproces.

In deel 2 van dit boek staan onderwijskennis en onderwijsvaardigheden centraal. Het gaat in deze hoofdstukken om alle mensen die met de school te maken hebben: de kinderen, de ouders, de mentor en vooral de student of zij-instromer. Wat houdt je allemaal bezig als je stage gaat lopen of na een geschiktheidsassessment voor de klas gaat staan?
In hoofdstuk 7 is er aandacht voor de fasen die je tijdens je leerproces doorloopt. Vervolgens staan in de hoofdstukken 8 tot en met 11 onderwijsvaardigheden centraal. Vanuit die vaardigheden maken we de stap naar ‘de kinderen’ en vervolgens naar de ouders/opvoeders van de kinderen, en daarna keren we weer terug naar de student. Als student maak je in deze periode van de studie veel mee. Daarom is er ook aandacht voor het omgaan met spanningen en het bewust worden van je grenzen.

Deel 3 (hoofdstuk 17-22), geeft praktisch inzicht in begeleidingsvormen waarmee je als stagiair te maken krijgt. Zoals het observeren van lessen door een begeleider, het voeren van voortgangsgesprekken en beoordelingsgesprekken. Daarnaast komen ook specifieke begeleidingsvormen aan bod: coaching, intervisie en supervisie. Begeleiding met behulp van video, een techniek die steeds meer gehanteerd zal worden, staat in hoofdstuk 21 centraal.  Tot slot richten we je aandacht op de toekomst, jouw toekomst als ‘lerende leraar’ en de toekomst van het onderwijs.

 

Belangrijkste wijzigingen bij de derde druk.
Bijna tien jaar na het verschijnen van de eerste druk is dit stagehandboek voor pabo-studenten grondig herzien. Alle hoofdstukken zijn (de één meer dan de ander) aangepast aan nieuwe ontwikkelingen en inzichten. Sommige hoofdstukken zijn zelfs geheel vernieuwd.  In de literatuurlijst is ook duidelijk te zien dat we de Adviezen van zowel de Adviesraad voor het Onderwijs als van de Commissie Meijerink in onze teksten hebben opgenomen. Ook valt met name in hoofdstuk 2 te lezen hoe de Onderwijscoöperatie de plaats heeft ingenomen van de SBL. De competenties die we sedert eind jaren ’90 gebruiken, zullen binnenkort anders geformuleerd worden. Een aanwinst is dan ook de website (www.pabolerenopdewerkplek.nl) die in plaats is gekomen van de bekende cd-rom. Op deze website vinden vernieuwingen/veranderingen m.b.t. het leren op de werkplek een plaats.