Sociale ontwikkeling

Het je eigen maken van de vaardigheid observeren draagt in hoge mate bij aan de beroepsbekwaamheid als leraar-in-opleiding. Observeren leer je vooral door het vaak te doen, zoals tijdens stages. Dit onderdeel is daarbij behulpzaam door het in beeld brengen van praktijksituaties (good practice en triggers) en daaraan gekoppelde aandachtspunten, vragen en opdrachten.

Leerdoelen

1. Je kunt de sociale- en identiteitsontwikkeling van kinderen aan de hand van beelden uitleggen.

 

Fragment en opdrachten

 

Dit onderdeel bestaat weer uit drie onderdelen met elk videofragmenten waarin steeds een praktijkvoorbeeld zichtbaar is. Elk fragment bevat enkele opdrachten.

Samenwerken

 

Dit onderdeel bestaat uit vier videofragmenten waarin steeds een praktijkvoorbeeld zichtbaar is. Elk fragment bevat enkele opdrachten.

Fragment en opdrachten 1

Bekijk dit beeldfragment goed.

1. Beschrijf objectief hoe het meisje dit jongetje helpt.

2. Hoe zou je deze manier van helpen benoemen? (Voordoen, nadoen, imiteren, uitleggen?)

3. Je ziet dat het jongetje heel geconcentreerd aan het werk is. De leeftijdsfase van dit kind noemt de psycholoog Erik Erikson ‘initiatief versus schuld’. Leg een verband tussen de beelden en deze fase.

Fragment en opdrachten 2

 

Bekijk dit beeldfragment goed.

1. Beschrijf objectief wat je ziet en hoort.
2. Welke conclusies over de sociale ontwikkeling trek je uit de beschrijving?

Fragment en opdrachten 3

Bekijk dit beeldfragment goed.

1. Beschrijf objectief wat je ziet en hoort.
2. Welke conclusies over de sociale ontwikkeling trek je uit de beschrijving?

Fragment en opdrachten 4

 

Bekijk dit beeldfragment goed.

1. Beschrijf objectief wat je ziet en hoort.

2. Welke conclusies over de sociale ontwikkeling trek je uit de beschrijving?

3. Je hebt nu de fragmenten 2, 3 en 4 van het onderdeel ‘Samenwerken’ goed bekeken. In de literatuur worden rond het thema spel verschillende fasen beschreven. Zoek die fasen op. Van welke fase is hier volgens jou sprake?

Praktijkopdrachten

Dit zijn praktijkopdrachten bij specifieke fragmenten. Bekijk eventueel het bijbehorende fragment nog een keer.

Opdrachten bij Samenwerken, fragment 2, 3 en 4

1. Film in de onderbouw verschillende spelsituaties.
In de literatuur wordt onderscheid gemaakt in o.a. solitair, parallel, associatief en coöperatief spel. Geef aan waar de verschillende spelvormen zichtbaar zijn in jouw filmmateriaal en beargumenteer.

2. Film verschillende spelsituaties in midden- en bovenbouw. Geef aan waar de verschillende spelvormen zichtbaar zijn in jouw filmmateriaal en beargumenteer.

Wissel je materiaal uit in je leerteam en geef feedback.

Opdrachten bij Samenwerken, fragment 1

1. Maak een filmopname van een kind in de onderbouw, dat een ander kind iets moet uitleggen (bijv. een spel of puzzel). Beschrijf daarna wat je ziet. Trek een conclusie m.b.v. de theorie van de psycholoog Erikson.

2. Breng de eigen film in je leerteam en wissel commentaar uit. Reflecteer op dit commentaar.
Wat versta jij onder ‘elkaar helpen’?
Wissel de bevindingen uit in je leerteam.

3. Maak een film van een zelfde situatie met kinderen uit middenbouw (groep 4/5/6) en bovenbouw (7/8). Maak een beschrijving en trek conclusies m.b.v. de identiteitstheorie van de psycholoog Erikson.