Hoofdstuk 12: Zorgverbreding

Hoofdstuk 12 gaat over zorgverbreding. Scholen moeten zorgen voor passend onderwijs. Hoe ga je als school om met verschillen tussen kinderen. Het hoofdstuk gaat in op opvallend gedrag, hoe je dat signaleert en wat je er vervolgens mee kan doen. Aan de orde komt verder hoe de zorgverbreding in de school is geregeld in een zorgplan en wat de taak van de intern begeleider hierin is, in hoeverre kinderen die extra begeleiding nodig hebben binnen de gewone basisschool kunnen worden opgevangen en welke instanties hierbij ondersteuning kunnen bieden.

Opdrachten

Klik op onderstaande link voor de opdrachten in Word:

Opdrachten hoofdstuk 12: Zorgverbreding

 

Opdrachten hoofdstuk 12: Zorgverbreding

1. Samenwerkingsverband Weer Samen Naar School

Deze activiteit kun je uitvoeren met een groepje medestudenten die stage lopen op een school die tot hetzelfde samenwerkingsverband hoort. Je gaat je verdiepen in de structuur en het beleid van het samenwerkings-verband waarbij de stageschool is aangesloten.
De informatie kun je op verschillende manieren verwerken: in de vorm van een opiniërend artikel, een PowerPoint­presentatie, een werkstuk, een posterpresentatie of een mondelinge presentatie. Aan de presentatie kun je een discussie koppelen over de voor­ en de nadelen van het beleid Weer Samen Naar School.

De volgende punten geven houvast bij het maken en bespreken van de presentatie.
-  Deelnemende scholen met een korte beschrijving.
-  Uitgangspunten van het beleid.
-  De vorm waarin de uitgangspunten in de praktijk gestalte krijgen.
-  Extra voorzieningen waarover de scholen beschikken om het beleid uit te voeren.
-  De mate van afstemming tussen de scholen.
-  De rol van de speciale school voor basisonderwijs.
-  De procedure en de wijze waarop de kinderen extra begeleiding krijgen.
-  Eén of meer concrete praktijkvoorbeelden die het beleid illustreren.
-  Evaluatie en knelpunten.
-  Wat vind je van het beleid Weer Samen Naar School? Kijk daarbij naar de belangen van het kind, van de groepsleerkracht en de andere kinderen in de groep.

2. Een kind met beperkingen

Deze activiteit kun je met een groepje uitvoeren. Ieder groepje beschrijft een casus van een kind met een beperking dat met extra begeleiding het gewone basisonderwijs kan volgen. Kies bij voorkeur een casus uit de praktijk. Je kunt ook een voorbeeld nemen uit de literatuur, bijvoorbeeld een casus die in een vakblad is beschreven. Verwerk de informatie in de vorm van een mondelinge of een schriftelijke presentatie. Een mondelinge presentatie is extra leerzaam en biedt de mogelijkheid om nader kennis te maken met de verschillende casussen die zijn gemaakt. Daar kan eventueel een discussie aan worden gekoppeld over de voor- en de nadelen van inclusief onderwijs.
De volgende punten geven houvast bij het maken en bespreken van de casus.
-  Achtergrondinformatie over de handicap.
-  Welke voorzieningen zijn er voor een kind met deze beperking? (Denk bijvoorbeeld aan oudervereniging, professionele hulp, speciale onderwijsvormen enzovoort.)
-  Wat zijn de verplichtingen van de school in het kader van de regels rond passend onderwijs.
-  De motivatie van de ouders om het kind naar het reguliere basisonderwijs te laten gaan.
-  Extra voorzieningen die op school nodig zijn als het kind naar een reguliere basisschool gaat.
-  De procedure die is gevolgd om het kind toe te laten tot het reguliere basisonderwijs en hoe deze is verlopen.
-  Het handelingsplan voor de begeleiding van het kind op school (zo mogelijk je persoonlijke ervaring met het werken met het handelingsplan).
-  De aangepaste speel­-leermiddelen.
-  De praktijkervaringen op school. (Hoe wordt het kind opgenomen in de groep? Wat is de ervaring van de medewerkers van de school? Hoe vindt het kind het op school?) Neem zo mogelijk een paar gesprekken in de presentatie op die je met het kind en zijn klasgenootjes hebt gevoerd. Als je het kind zelf begeleidt, vertel dan hoe je dit doet en wat jouw ervaring hiermee is.
-  Wat vind je ervan dat kinderen met een beperking naar een reguliere basisschool kunnen? Kijk daarbij naar de belangen van het kind, van de groepsleerkracht en de andere kinderen in de groep.