Hoofdstuk 8: Organisatie van de school

Dit hoofdstuk gaat over de organisatie van de school. Alle lagen in de organisatie komen aan de orde, van bestuur tot het team van een individuele school. Verder komt het beleid van de school aan de orde: hoe komt het tot stand, waar staat het beschreven en hoe wordt er over gecommuniceerd. Tot slot wordt het onderwerp actieve participatie in de school besproken.

Opdrachten

Klik op onderstaande link voor de opdrachten in Word:

Opdrachten hoofdstuk 8: Organisatie van de school

 

Opdrachten hoofdstuk 8: Organisatie van de school

1. Organogram

Een organogram geeft een goed inzicht in de organisatie van de school. Dat is handig om er snel thuis te raken. Met deze activiteit maak je een organogram van je stageschool. Je bedenkt hiervoor een originele vormgeving. Je kunt daarbij de mogelijkheden gebruiken die de computer je biedt. (Denk bijvoorbeeld aan een simpele lijnstructuur. Door vervolgens binnen die lijnstructuur op bepaalde woorden, pictogrammen of foto’s te klikken krijg je meer informatie.) Je kunt ook op een poster de organisatiestructuur uitbeelden. Inspiratie kun je opdoen door op internet verschillende voorbeelden van een organogram te bekijken. Kies een vorm die het beste bij jou past en waar je je het beste in kunt uiten. Denk aan de volgende onderwerpen.
-  Wie zijn er betrokken bij de schoolorganisatie?
-  Wat is ieders taak?
-  Hoe lopen de gezagsstructuren?
-  In welke vergaderingen/overlegmomenten vindt beleidsontwikkeling plaats?
-  Wie hebben inspraak op de verschillende vormen van beleid en in welke vergaderingen heeft dit plaats?
-  Wie houdt toezicht op de uitvoering van het beleid en hoe?
Het is interessant en leerzaam om de resultaten van elkaar te bekijken. Hier kan een beoordeling van elkaars werk aan worden gekoppeld. Welke presentatie vind je het best geslaagd en waarom (hier zit dus niet je eigen organogram bij)?

2. Overlegorganen

Het is handig als je weet waar op je stageschool welke beslissingen worden genomen. Je kunt dat doen door het maken van een inventarisatie van de verschillende vormen van overleg binnen je stageschool. Verwerk daarin de volgende vragen.
-  Welke vergaderingen zijn er?
-  Wie nemen er aan deel?
-  Welke onderwerpen komen er ter sprake?
-  Aan welk overleg kun je als stagiaire deelnemen? Is dat voor jou voldoende?

3. Oefenen met vergadertechniek

Ook vergaderen moet je leren. Dat kunt je doen door met je studiegroep te oefenen met een gesimuleerde vergadering of door een vergaderen op je stageschool bij te wonen.

a. Een vergadering simuleren
Je simuleert met met een groepje van acht studenten het bouwoverleg in de onderbouw. Er komen zowel inhoudelijke als organisatorische onderwerpen aan bod. De agenda wordt gemaakt aan de hand van de dingen die spelen (zie de casus hierna). Er is een voorzitter en een notulist. Je kunt één of meer rollen oefenen. Dat kun je als volgt doen.
-  Je maakt samen een agenda en je bereidt de vergadering voor.
-  Je vergadert maximaal een halfuur.
-  Je evalueert de vergadering samen (maak daarbij gebruik van de aandachtspunten voor efficiënt vergaderen in paragraaf 8.4.3). Je maakt individueel een verslag van deze activiteit en sluit het verslag af met een reflectie op de eigen bijdrage aan de vergadering. Op basis daarvan formuleer je twee leerpunten voor jezelf. Deze gebruik je als uitgangspunt bij intervisie of supervisie.
Bespreek de vergadering vooraf onder leiding van een voorzitter en een notulist. Op basis van de beschrijving maak je een agenda en bereid je de vergadering voor. Bedenk daarbij welke standpunten je tijdens de vergadering zult innemen en waarom.
Leef je daarbij in in de rol die je op je hebt genomen. Hou er bij het maken van de agenda rekening mee dat je maximaal een halfuur de tijd hebt.
Spreek af wat je rol is: In welke groep werk je en wat is je functie? Er zijn zes groepen (groep 1, 2, 1/2, 3, 4 en 3/4), zes groepsleerkrachten, een onderwijsassistent en een stagiaire. Kies een voorzitter en een notulist voor de volgende wisselmomenten: eerste helft van de vergadering, tweede helft van de vergadering en de evaluatie achteraf. Zo krijgt iedereen de kans om de verschillende rollen te oefenen. Na afloop van de vergadering evalueer je hoe het is gegaan. Sta zowel stil bij de rol van de voorzitter en de notulist als bij de rol van de verschillende deelnemers. Hoe vonden jullie het? Hoe ging het ieder van jullie af ? Wat liep goed, wat liep minder goed? Wat hebben jullie ervan geleerd?

Beschrijving van de casus
Het is oktober en in de onderbouw spelen verschillende dingen. De leerkrachten zijn erg ontevreden over het begin van de schooldag. Ouders brengen hun kind in de klas. Dat is al jarenlang de gewoonte. Maar sommige ouders blijven erg lang in de klas. Ze vragen de aandacht van de groepsleerkracht en de onderwijsassistent. Ze kijken naar het werk dat hun kinderen de dag ervoor hebben gedaan, of ze staan gewoon met elkaar te kletsen over dingen die niets met school te maken hebben. Een ander punt dat speelt, is een nieuwe leesmethode. Groep 3 heeft behoefte aan een nieuwe leesmethode. De oude bevalt niet meer. Maar de groepen 1 en 2 zijn juist zo enthousiast over de materialen voor het voorbereidend lezen die bij deze methode horen. Er moeten afspraken worden gemaakt over het sinterklaascadeautje. De Sinterklaascommissie inventariseert de wensen van de leerkrachten. Wat vinden zij een leuk cadeautje? Moeten er verschillende cadeautjes worden gekocht? Vorig jaar bleken er nogal wat ouders te zijn die het cadeautje niet zo leuk vonden. Graag wat suggesties. Het cadeautje mag maximaal twee euro kosten. December is altijd een erg onrustige tijd. Kinderen zijn druk en gespannen, en er zijn veel extra activiteiten. Wat kunnen we hieraan doen, vraagt een leerkracht van groep 2. Een punt dat de directie aan de onderbouw heeft voorgelegd, is het vieren van het kerstfeest. Dat moet dit jaar beslist een interculturele aangelegenheid worden (het is een openbare school). Hoe kan daar in de lessen binnen het reguliere programma aan worden gewerkt? Welke gemeenschappelijke activiteiten kunnen we eraan verbinden? Dan is er nog extra geld voor een medewerker voor de onderbouw. Dat kan een leerkracht worden of een onderwijsassistent. Een leerkracht kan voor zes uur worden aangenomen en een onderwijsassistent voor tien uur. Waar gaat de voorkeur naar uit?

b.  Een vergadering bijwonen
Woon een vergadering bij op je stageschool. Je hoeft niet actief deel te nemen aan de vergadering. Tijdens de vergadering let je op de aandachtspunten voor efficiënt vergaderen (paragraaf 8.4.3). Evalueer de vergadering na afloop aan de hand van de aandachtspunten. Geef bij elk punt met een voorbeeld aan waarom je vindt dat daar wel of niet aan is voldaan.

Verder lezen

 

Websites
www.poraad.nl
www.onderwijsinspectie.nl
www.onderwijsinspectie.nl >onderwerpen> Toezicht> Toezichtkaart
http://www.onderwijsinspectie.nl
http://www.onderwijsraad.nl
www.rijksoverheid.nl> onderwijs en wetenschap