Hoofdstuk 7: Beroepsbekwaamheid ontwikkelen

Dit hoofdstuk gaat over hoe je je competenties kunt verbeteren en hoe je op de hoogte blijft van nieuwe ontwikkelingen op het gebied van onderwijs en het beroep leerkracht. Aan de orde komen levenslang leren, deskundigheidsbevordering, ontwikkeling door reflectie, gesprekken over je functioneren, intervisie en het ontwikkelen van een eigen visie.

Opdrachten

Klik op onderstaande link voor de opdrachten in Word:

Opdrachten hoofdstuk 7: beroepsbekwaamheid ontwikkelen.

 

 

Opdrachten hoofdstuk 7: Beroepsbekwaamheid ontwikkelen

1. Zelfreflectie

Je kunt pas echt goed werken aan je beroepshouding en beroepsbekwaamheid als je jezelf kent. Hier zijn verschillende hulpmiddelen voor. Je kunt bijvoorbeeld kiezen uit de volgende twee manieren.
a. Je kunt dat doen door een test te maken. Op internet kun je er verschillende vinden.
-  Kies één of meer van die testen.
-  Maak de test.
-  Reflecteer op de uitslag: Wat vond je verrassend? Wat heb je ervan geleerd?
b. Een andere manier is terugkijken naar je persoonlijke geschiedenis voor zover die belangrijk is voor je werk in het onderwijs. Dit wordt wel het ‘historisch perspectief ’ genoemd. Je staat stil bij je eigen levensverhaal en reflecteert hierop. Je kijkt hierbij terug naar hoe jij als kind de basisschool hebt beleefd en naar de ervaringen die een rol hebben gespeeld bij jouw keuze voor werken in het onderwijs. Je verbindt deze ervaringen aan jouw huidige praktijk.
Je kunt dit doen door een verhaal te schrijven over jouw ervaring met het onderwijs nu en in het verleden. Je kijkt naar de invloed die het verleden heeft gehad op jouw huidige functioneren. Je kunt dit verhaal gebruiken als uitgangspunt voor een intervisie- of een supervisiegesprek.

 

Hoe kun je dat doen?
Je kunt het verhaal maken aan de hand van de volgende vragen. Maak vooraf een indeling. Geef elk deel van het verhaal een titel. Zorg voor een goede opening en een samenvattend slot.
-  Wat zijn jouw eerste herinneringen aan school?
-  Waarom denk je dat je juist deze ervaringen hebt onthouden?
-  Wat voor kind was je op school en wat voor gevolgen had dit voor jouw plaats in de groep?
-  Was je op school anders dan thuis en hoe zou dat komen, denk je?
-  Met welke leerkracht had je de beste relatie en met welke de slechtste? Probeer te verklaren hoe dat kwam.
-  Wat vond je het leukste van school en waarom?
-  Wanneer dacht je er voor het eerst over om in het onderwijs te gaan werken?
-  Hoe kwam je op dat idee?
-  Wie en wat speelde een rol bij jouw definitieve keuze om de opleiding leraar primair onderwijs te volgen?
-  Probeer door de ogen van een kind te kijken naar hoe jij nu in de klas functioneert. Wat ben jij voor een leerkracht?
-  Op welke leerkracht die jij vroeger hebt gehad, lijk jij het meeste?
-  Wat vond je vroeger van deze leerkracht?
-  Wat vind je van jezelf zoals je je door de ogen van een kind hebt beschreven? Waar ben je tevreden over en wat zou je willen veranderen?

2. Reflectie op je professioneel handelen

Op internet kun je verschillende instrumenten vinden om te reflecteren o je professioneel handelen als leerkracht. Je gaat zelf op zoek naar minstens twee reflectie-instrumenten waarmee je reflecteert op je beroepsbe-kwaamheden.
-  zoek een geschikte website.
-  Bekijk de verschillende methoden/ instrumenten voor zelfevaluatie.
-  Kies één of meer methoden uit die jou erg aanspreken en ga er in de praktijk mee werken.
- maak een verslag van je ervaring en deel dit met je medestudenten

3. Intervisie

Met deze activiteit leer je hoe je kunt werken aan je beroepsbekwaamheid door met anderen hierover van gedachten te wisselen. Je praat in een intervisiegroepje over onderwerpen die met je stage te maken hebben. Het doel hiervan is om je houding en vaardigheden te verbeteren. Van deze ervaring kun je een samenvattend verslag maken. Daarin geef je aan over welke onderwerpen jullie van gedachten hebben gewisseld, hoe dat is verlopen (Vond je het moeilijk om iets over jezelf te vertellen? en: Wat vond je moeilijk?) en wat je eraan hebt gehad.
Hoe kun je dat doen?
-  als voorbereiding bekijk je op www.leraar24.nl enkele filmpjes over collegiale consultatie.
-  Je vormt met vier tot zes studenten een intervisiegroepje. Ieder van jullie zet van tevoren twee praktijksituaties op papier waarin het eigen functioneren centraal staat. In de ene situatie staat een probleem centraal waartegen je in je stage bent aangelopen. In de andere situatie staat een gebeurtenis centraal waarvan je vindt dat je hier goed mee bent omgegaan.
-  Bespreek nu een voor een de praktijksituaties.
Voordat je hieraan begint, spreek je eerst af hoe je de bespreking aanpakt. Wie leidt het gesprek en wat zijn de taken van de gespreksleider?
Wie bewaakt de tijd?
-  Evalueer met elkaar deze intervisiebijeenkomst.
Voordat je aan de evaluatie begint, stel je samen tien punten vast waarop je gaat evalueren.

4.  Informatie uit vakliteratuur selecteren

Met deze activiteit leer je zoeken naar geschikte vakliteratuur om je beroepsbekwaamheid op peil te houden en te bevorderen. Je kiest een onderwerp waar je meer van wilt weten. Het onderwerp heeft te maken met je stage of een studieopdracht. Je zoekt een geschikt boek over het onderwerp, een artikel in een vaktijdschrift en een website op internet. Je kunt het resultaat verwerken in een verslag. Daarin kun je de volgende punten aan de orde laten komen.
-  Een gemotiveerde keuze van het onderwerp dat je hebt gekozen.
-  De vragen die je over dit onderwerp hebt.
-  De zoektocht naar geschikte informatie, de problemen die je hierbij tegenkwam en de manier waarop je die hebt opgelost.
-  De informatie die je hebt gevonden, de informatie die je hebt gekozen en de motivatie van je keuze.
-  Een korte inhoudelijke beschrijving van de gekozen informatie.
Hoe kun je dat doen?
-  Kies een onderwerp en motiveer waarom je voor dit onderwerp hebt gekozen.
-  Stel vast wat je precies over dit onderwerp wilt weten. Formuleer dit in concrete vragen.
-  Zoek in de bibliotheek of de mediatheek van je opleiding boeken over dit onderwerp. Kies het geschiktste boek uit en motiveer waarom je dit boek hebt gekozen. Let daarbij op het antwoord dat het boek geeft op je vragen, de moeilijkheidsgraad van het boek en de actualiteit.
-  Zoek in de vakliteratuur naar een recent artikel over het onderwerp. Bedenk eerst in welk vaktijdschrift je het beste kunt zoeken.
-  Zoek op internet naar een geschikte website over het onderwerp.
-  Maak het verslag en lever het in voor je portfolio.