Hoofdstuk 1: Leerkracht in het basisonderwijs

Dit hoofdstuk geeft een algemene schets van de basisonderwijs in Nederland, de functie ervan en van het beroep leerkracht.

Opdrachten

Klik op onderstaande link voor de opdrachten in Word:

Opdrachten bij Hoofdstuk 1: Leerkrachten in het basisonderwijs

 

 

 

Opdrachten hoofdstuk 1: Leerkracht in het basisonderwijs

1. Beeld van de stageschool

Als je op een nieuwe school gaat stage lopen, is het nuttig om snel een beeld te krijgen van de school. Een van de mogelijkheden is het maken van een presentatie waarin je een beeld schetst van de stageschool. Je kunt die presentatie op verschillende manieren vormgeven. Je kunt er bijvoorbeeld een werkstuk van maken, een stripverhaal, een posterpresentatie, een PowerPoint­presentatie, een website, een video- of een fotoreportage. Als je samen met iemand anders van je opleiding op dezelfde school stage loopt, kun je de presentatie samen maken.
Hoe kun je dat doen?
*  Maak op basis van de informatie in dit hoofdstuk een lijst van onderwerpen die aan de orde moeten komen. Doe dit in de vorm van vragen. Vul dit aan met vragen die jij belangrijk vindt.
*  Bedenk hoe je de presentatie wilt vormgeven en geef de grote lijnen aan.
*  Verzamel materiaal voor de presentatie en zoek een antwoord op de vragen. Maak hierbij gebruik van verschillende bronnen: je eigen waarneming, collega’s, ouders en kinderen, de website van de school, de schoolgids en het schoolplan.
*  Maak de presentatie.
*  Schrijf tot slot een kort evaluatieverslag. De volgende vragen kunnen daarin aan de orde komen.
–  Hoe vond je het om aan deze activiteit te werken?
–  Wat vind je van het resultaat? Waarover ben je tevreden en wat zul je de volgende keer anders doen?
–  Wat vond je prettig aan deze school en waarbij stel je vragen? Motiveer je antwoord. Denk daarbij aan de grondslag van de school, de sfeer, en de normen en waarden van de school.

2. Leerkracht in het basisonderwijs

Met behulp van deze opdracht reflecteer je op jouw keuze voor het beroep leraar. Je kunt daarbij denken aan de volgende vragen.
*  Wat vind je aantrekkelijk aan werken in het onderwijs?
*  Met welke leeftijdsgroep wil je het liefst werken en waarom?
*  Welke persoonlijke eigenschappen en competenties waar je al over beschikt, zorgen ervoor dat jij een goede leraar zult worden? Wat vind je op dit moment nog erg moeilijk?
Hoe kun je dat doen?
Je kunt deze activiteit op verschillende manieren uitwerken. Kies de werkwijze die het beste bij jou past.
*  Schrijf een verslag waarin je een antwoord geeft op de vragen. Licht je antwoord toe met voorbeelden uit de praktijk.
*  Bespreek de drie vragen van deze opdracht in een groepje. Wissel ervaringen uit en geef commentaar op elkaars reacties.

* Surf naar http://www.werkeninhetonderwijs.nl.
Speel het spel ‘Jij voor de klas?’(de link vind je ondermeer op de startpagina) en bekijk de onderdelen van het menu ‘Leraar’. Schrijf een kort evaluatieverslag. Wat vond je van de website? Welke onderdelen vond je interessant en waarom? Wat heb je ervan geleerd?
*  Surf naar http://www.onderwijscooperatie.nl/  > instrumenten > checklist. Vul de checklist in en bekijk en beoordeel het resultaat.  Je kunt ook de test doen op http://www.leraar24.nl/tools.psml .
*  Zoek op internet een baan in het onderwijs.
Kies een advertentie die jou aanspreekt en waar je in het echt ook op zou solliciteren.
Schrijf een sollicitatiebrief waarin je motiveert waarom je deze baan wilt hebben en waarom je denkt dat je er geschikt voor bent.

3 Maatschappelijke functie van het basisonderwijs

Het onderwijs heeft verschillende functies voor de samenleving. Je wisselt hierover van gedachten in een groepje. Eerst vorm je zelf een mening, zo levert ieder zijn eigen bijdrage aan de discussie. Onderbouw je mening met argumenten en zet die kort en helder op papier. Wissel de meningen uit in je studiegroep.
Je kunt kiezen uit de volgende vragen en stellingen. Voeg hier een vraag of een stelling aan toe waarover je van gedachten wilt wisselen in je studiegroep.
*  Wat is volgens jou het belang en de functie van het basisonderwijs voor de maatschappij?
Noem drie aspecten en licht die toe met een voorbeeld.

*  Welke ontwikkeling in de samenleving heeft op dit moment volgens jou invloed op het onderwijs en op welke manier? Vind je dit positief en zo ja, waarom?
*  Welke waarden en normen liggen ten grondslag aan jouw opvoedkundig handelen in de omgang met kinderen? Kies een aantal concrete voorbeelden van opvoedkundig handelen in verschillende situaties (bijvoorbeeld een kind terechtwijzen, ingrijpen bij een ruzie tussen kinderen, een complimentje geven).
*  De school moet ouders ondersteunen bij de opvoeding.
*  Kinderen gaan naar school om te leren, opvoeden doe je thuis.
*  Er zijn zoveel verschillen in waarden en normen, als school kun je daar geen rekening mee houden.