Hoofdstuk 12: Onderwijs- en leermiddelen

Om aantrekkelijk en doelgericht onderwijs te geven maak je gebruik van onderwijs- en leermiddelen. Leermethoden geven structuur en zorgen ervoor dat alle kerndoelen in de loop van de acht jaar basisschool aan de orde komen. In de onderbouw werk je de eerste twee jaar veel met ontwikkelingsmaterialen waarmee kinderen spelenderwijs leren. Digitale leermiddelen maken het onderwijs niet alleen aantrekkelijk, maar bieden ook mogelijkheden om onderwijs op maat te geven.


Opdrachten hoofdstuk 12: Onderwijs- en leermiddelen

1. Methoden

Deze activiteit kun je met je studiegroep uitvoeren. Je maakt een werkstuk of je geeft een presentatie over een leermethode van je stageschool (je kunt ook kiezen voor een andere methode). Je kunt daarin de volgende punten verwerken.
a.    Welk onderwerp heb je gekozen en waarom?
b.    Geef een beschrijving van de methode en de materialen.
c.    In hoeverre ziet de methode er aantrekkelijk uit voor kinderen?
d.    In hoeverre houdt de methode rekening met de kerndoelen?

e.    Van welke onderwijsvisie gaat de methode uit?
f.    In hoeverre houdt de methode rekening met verschillen tussen kinderen in leermogelijkheden en leerstrategieën?
g.    Is de methode gericht op kinderen uit verschillende culturen?
h.    Kun je uit de handleiding opmaken hoe je met de methode in de praktijk moet werken? Welke steun geeft de handleiding?
i.    Welke toetsen of observatielijsten worden bij de methode geleverd en wat voor soort toetsen zijn het?
j.    Welke ervaring is er met de methode in de praktijk opgedaan? Heb je er zelf ervaring mee? Wat zeggen mensen uit de praktijk erover? Wat kun je erover vinden in de vakbladen?

 

2. Ontwikkelingsmaterialen

Je gaat je verdiepen in de mogelijkheden die ontwikkelingsmaterialen bieden bij het werken aan de basisdoelen. Je kunt daarbij de volgende tabel gebruiken. Kies een van de twee activiteiten.

Doel\Materiaal Ongevormde materialen Vormgevende materialen Constructie- en compositiematerialen Spel- leermaterialen
Motorische vaardigheden
Waarnemen en ordenen
Woorden en begrippen
Sociale vaardigheden
Gereedschappen en technieken
Schematiseren
Hoeveelheden en bewerkingen
Geschreven en gedrukte taal

1.    Bekijk op je stageschool de materialen in groep 1/2. Kies voor elk vakje in de tabel drie materialen uit en beschrijf:
a.    hoe het materiaal eruitziet;
b.    hoe het spelen en werken ermee kan bijdragen aan het gekozen ontwikkelingsdoel;
c.    waarom je dit materiaal daar bijzonder geschikt voor vindt.

2.    Kies in overleg met de groepsleerkracht een kind uit groep 1/2 of 3 met een ontwikkelingsachterstand op het gebied van een van de doelen van ontwikkelingsgericht onderwijs.
a.    Bedenk een begeleide of zelfstandige activiteit met een van de ontwikkelingsmaterialen die voor dit kind heel geschikt is en een bijdrage levert aan het ontwikkelingsdoel waarin het kind een achterstand heeft.
b.    Voer die activiteit uit en observeer hoe het kind werkt.
c.    Maak een verslag van je bevindingen.

3. Begeleiden bij het werken met de computer.

Werken met de computer leer je vooral door te doen. De een zal er meer ervaren en vertrouwd mee zijn dan de ander. Pas de activiteiten in dit hoofdstuk daarom aan bij jouw mogelijkheden. Als je al de nodige ervaring hebt opgedaan, kun je een leerdoel op een hoger niveau kiezen. Wat je met de activiteiten doet, hangt ook af van je stage-school. De ene school heeft meer mogelijkheden met computeronderwijs dan de andere school. Maak een keuze uit de volgende activiteiten en motiveer je keuze. Houd rekening met je leerdoelen en met de tijd die je hebt om de activiteiten te maken. Lees de activiteiten en stel vervolgens een persoonlijk plan van aanpak op. De volgende zaken komen daarin aan de orde:
-   Stel de beginsituatie vast.
-   Formuleer je leerdoel.
-   Maak een plan van aanpak.
-   Voer het plan uit.
-   Evalueer het resultaat en de wijze waarop je dit hebt bereikt.

4. Computervaardigheden: Tekstverwerken

Je kunt deze activiteit het best in groepjes van twee uitvoeren. Eventueel kun je het ontwerp met een grotere groep maken.
 Je gaat een nieuwsbrief ontwerpen en samenstellen die de kinderen uit groep 7/8 zelf (met begeleiding) kunnen maken. De nieuwsbrief is bedoeld voor alle kinderen van de school. Er staan bijdragen in van verschillende groepen, ook van de onderbouw. Minstens één rubriek moet ook door kinderen van groep 1/2 ‘gelezen’ kunnen worden. De nieuwsbrief verschijnt iedere maand en bestaat uit een dubbelgevouwen A3-vel (dat zijn vier A4-velletjes). Ga systematisch te werk.
a.    Maak een plan van aanpak en geef aan welke stappen je achtereenvolgens moet nemen om de nieuwsbrief te kunnen maken en verspreiden.
b.    Maak aan de hand van het stappenplan een nulnummer, zo mogelijk met echte bijdragen van kinderen.
c.   Houd in een logboek bij hoe je aan deze activiteit hebt gewerkt, welke problemen je tegenkwam en hoe je deze hebt opgelost.
d.   Geef een beoordeling van het eindresultaat.

5. Computervaardigheden: Internet

Bezoek de website www.kennisnet.nl. Op deze website vind je veel informatie over onderwijs. Je kunt bijvoorbeeld lesbrieven bekijken en kopiëren, maar ook contacten leggen met collega’s en informatie uitwisselen. Kies op deze website voor primair onderwijs.
a.    Onderzoek welke informatie je kunt krijgen en maak een kort verslag van je bevindingen.
b.    Geef je vervolgens op voor Community. Je kunt hier in contact komen met collega’s van basisscholen.
c.    Geef aan over welk onderwerp je met collega’s informatie wilt (uitwisselen).
d.    Leg zelf via e-mail of andere social media contact met een van de leden die aangesloten is bij Community. Kies iemand die informatie wil uitwisselen over een onderwerp waar je zelf ook belangstelling voor hebt.
e.    Je bevindingen kun je verwerken in een verslag. Je kunt dit uitwisselen in je studiegroep.  

6. Computervaardigheden: PowerPoint

PowerPoint is erg handig als je een presentatie moet verzorgen, digitale foto’s wilt tonen, onderwijsleermiddelen wilt maken of als je met digitale portfolio’s werkt. Door een van de volgende activiteiten te maken leer je werken met PowerPoint.
a.    Maak in PowerPoint een presentatie over veilig internetten. Werk met tekst en met plaatjes.
b.    Maak voor een ouderavond in de klas een PowerPoint-presentatie waarin je laat zien hoe kinderen werken aan een activiteit. Wat was de activiteit? Wat is het doel ervan? Hoe hebben de kinderen eraan gewerkt? Wat was het resultaat?
c.    Maak een digitaal prentenboek. Op internet kun je informatie vinden over het maken van een digitaal prentenboek. Zoek op google met de zoekterm ‘digitaal prentenboek maken’.

7. De computer als leermiddel

Educatieve software
a.    Maak een inventarisatie van de educatieve software die in jouw stageklas regelmatig wordt gebruikt. Kies drie programma’s uit om zelf mee te experimenteren. In een verslag kun je de volgende gegevens verwerken
-    Hoe heet het programma?
-    Voor welke groep is het bedoeld?
-    Wat wil het programma de kinderen leren?
-    Kunnen de kinderen er zelfstandig mee werken?
-    Geef een korte beschrijving van de inhoud en werkwijze.
-    Wat was jouw ervaring met de drie programma’s die je hebt uitgeprobeerd?
-    Vind je ze geschikt om op school te gebruiken? Motiveer je antwoord.

b.    Kies bij een van de kerndoelen een educatief softwareprogramma dat geschikt is om in de groep waar je stage loopt mee te werken. Je bevindingen kun je verwerken in een verslag, waarin je de volgende vragen kunt beantwoorden:
-    Voor welk kerndoel (onderdeel) heb je gekozen en waarom?
-    Hoe ben je aan informatie gekomen over mogelijke educatieve software?
-    Welk programma heb je uiteindelijk gekozen en waarop is die keuze gebaseerd?
-    Probeer zo mogelijk het programma uit. Voldeed het aan je verwachtingen? Wat zijn de sterke kanten van het programma en wat vind je minder geslaagd?

8. Website ontwerpen

Een website ontwerpen is met de huidige hulpmiddelen erg eenvoudig. Met programma’s als Frontpage is het niet veel moeilijker dan werken met een tekstverwerkingsprogramma. Op verschillende scholen maken kinderen zelf hun website. Het is een leuke manier om aan een werkstuk te werken. Je kunt ook het thema waarmee je op school werkt, op een website presenteren. Dat is niet alleen informatief voor de kinderen en een mogelijkheid om individueel aan het thema te werken, het is ook een manier om ouders bij het thema te betrekken. Ze kunnen thuis bekijken waar de klas mee bezig is.
Twee zaken zijn belangrijk bij het ontwerpen van een website: werk planmatig en houd het eenvoudig. Volg de volgende stappen om tot een goed eindresultaat te komen.
a.    Stel het onderwerp vast en bepaal voor welke doelgroep de website is bedoeld.
b.    Maak een woordweb rond het onderwerp dat je hebt gekozen. Noteer zo veel mogelijk associaties met het onderwerp. Kies vervolgens de meest relevante onderwerpen om op de website verder uit te diepen.
c.    Ontwerp een openingspagina, het woordweb met de uitgekozen onderwerpen kan daarbij een leidraad vormen. Zorg dat de openingspagina op het beeldscherm past zonder dat je hoeft te scrollen. Van daaruit kan de bezoeker dan doorklikken naar de achterliggende pagina’s. Zorg dat de openingspagina er aantrekkelijk uitziet. Gebruik niet te veel kleur en slechts weinig plaatjes. Het duurt anders te lang om de pagina te openen en dat is frustrerend voor de gebruiker. Met simpele icoontjes kun je ervoor zorgen dat ook jonge kinderen die nog niet goed kunnen lezen de weg kunnen vinden op de website.
d.    Zoek informatie bij de onderwerpen. Maak hieruit vervolgens een keuze voor de website.
e.   Maak de tekst. Houd die vooral kort en vermijd lange en saaie zinnen.
f.    Zoek of maak functionele en aantrekkelijke illustraties bij de tekst. Overdrijf niet, het kost dan veel tijd om de pagina te openen.

 

9. Websites vergelijken

Als je op het internet surft, kom je leuke voorbeelden tegen van de praktische toepassing van websites op school. je kunt deze activiteit ook met je studiegroep maken.
1.    Je gaat twee soorten websites bekijken en vergelijken:
a.    websites die informatie geven over de school;
b.    werkstukken in de vorm van een website, gemaakt door kinderen.
2.    Kies van elke soort vijf websites en geef een gemotiveerde beoordeling;
3.    Geef tien tips voor het maken van een website voor een school en tien tips voor het maken van een werkstuk in de vorm van een website door kinderen.
4.    Je bevindingen kun je verwerken in een verslag en uitwisselen in je studiegroep.

10. Een thema-website maken

Maak een website (eventueel met een medestudent) waarin je het thema presenteert waaraan de kinderen op je stageschool op dit moment werken. Pak dit methodisch aan.
-    Stel de beginsituatie vast.
-    Formuleer het doel.
-    Maak een plan van aanpak.
-    Voer het plan uit.
-    Evalueer het proces en het resultaat.
Houd van je activiteiten een logboek bij en leg de website vast op cd-rom of diskette, of plaats hem op de website van de school.

11. Kinderen begeleiden bij het maken van een website

Begeleid een groepje kinderen uit de bovenbouw die een website maken. In overleg met de mentor laat je de kinderen een onderwerp kiezen dat hen aanspreekt en dat aansluit bij het lesprogramma. Gebruik de aandachtspunten uit hoofdstuk 10 bij de begeleiding.
Suggesties voor het maken van een werkstuk kun je onder meer vinden op www.maak-een-werkstuk.nl/ .
Houd een logboek bij en leg de website vast op cd-rom of diskette of zet hem op de website van de school.

12.  Schooltelevisie

Met deze activiteit  kun  je ervaring opdoen met de mogelijkheden van schooltelevisie.
1.    Maak een overzicht van de programma’s van de schooltelevisie die geschikt zijn voor de groep waar je stage loopt (kijk hiervoor op www.schooltv.nl ). Kies een aflevering van een van de programma’s. Je kunt het best een aflevering kiezen die al opgenomen is in het vaste programma van de groep, dan hoeft er geen aparte lestijd voor vrij gemaakt te worden.
2.    Maak bij het programma drie verwerkings- of verdiepingsactiviteiten die uitgevoerd worden met de hele klas of in kleine groepjes. Maak bij de voorbereiding gebruik van een lesformulier .
3.    Voer in overleg met de mentor de activiteiten uit.
4.    Maak een verslag aan de hand van de onderwerpen die in het lesformulier staan vermeld en bespreek dit met je mentor of in je studiegroep.

13.    Rekenmethode

A.     Methoden vergelijken
Je vergelijkt in duo's twee rekenmethoden. Dat kan de rekenmethode zijn van de school waar je stage loopt. Kies dan een samenwerkingspartner die stage loopt op een school die een andere rekenmethode gebruikt dan de jouwe. Bekijk de methoden zelf, lees wat erover wordt gezegd in de vakliteratuur en op internet en praat met leerkrachten die er in de praktijk mee werken. Het onderzoek rond je af met een presentatie die beide methoden op een overzichtelijke manier naast elkaar zet. Dat kan een posterpresentatie zijn, een website of een korte mondelinge presentatie als introductie op een discussie over rekenmethoden.
-    Als je een keuze hebt gemaakt voor de twee methoden die je gaat vergelijken, maak je een gemotiveerd plan hoe je het gaat aanpakken. Hoe ga je de methoden vergelijken, welke vragen zou je daarbij willen stellen en welke bronnen ga je raadplegen?
-    Als het onderzoeksvoorstel is goedgekeurd ga je informatie verzamelen.
-    De resultaten verwerk je in een presentatie die op een aantrekkelijke manier snel inzicht geeft in overeenkomsten, verschillen, sterke en zwakke kanten van beide methoden.

B.    Rekenmethode in de praktijk
Je gaat een onderdeel van de rekenmethode van je stageschool in de praktijk brengen. Kies in overleg met je mentor een onderdeel uit. Je past alle fasen van het instructiemodel voor interactief rekenen toe of de didactische aanpak zoals die op je stageschool gebruikelijk is.
-    Bereid de les goed voor zodat je weet over welke leerlijn en welk tussendoel het gaat, welke voorkennis kinderen moeten hebben, hoe je instructie geeft en hoe je rekening houdt met verschillen tussen kinderen. Dat betekent dat je ook iets moet weten over de kinderen in de groep. Probeer zelf de sommen uit en stel vast welke strategie je daarbij gebruikt. Denk erover na hoe je de betrokkenheid van kinderen kunt vergroten met een pakkende introductie.
-    Let er bij de instructie op dat alle kinderen meedoen en dat er ook ruimte is voor kinderen die meer tijd nodig hebben om te bedenken hoe je iets aanpakt.
-    Tijdens de zelfstandige verwerking geef je waar nodig individuele feedback en observeer je kinderen. Bedenk vooraf waar je op gaat letten. In de handleiding van de rekenmethode kun je hiervoor tips vinden.
-    Sluit de les af met een evaluatie en betrek de kinderen hier actief bij. Formuleer vooraf wat er bij de evaluatie aan de orde komt en welke vragen je wilt stellen.
-    Maak een beknopt verslag van het verloop van de les. Verwerk daarin de volgende punten:
-    het lesvoorbereidingsformulier;
-    verloop instructie;
-    verloop verwerking;
-    verloop toetsing/evaluatie/feedback;
-    evaluatie van de activiteit en het eigen handelen: Hoe verliep de instructie, verwerking en feedback? Wat viel je op? Hoe actief waren de kinderen zelf betrokken bij de les? Wat vond je van je begeleiding? Wat ging goed en wat wil je verbeteren?
-    bedenk twee tips voor een succesvol verloop van de les de als aanvulling op de handleiding bij dit onderdeel.

Verder lezen

 Websites
http://leerkracht.kennisnet.nl/5848/10-tips-voor-mediaopvoeding
www.kennisnet.nl
www.kennisnet.nl
www.leermiddelenplein.nl
www.medialessen.nl/mediawijsheid
www.mediawijzer.net
www.michelkoene.nl , www.jolietoys.nl , www.nenko.nl  en www.elfenbos.nl .
www.netwijs.nl
www.netwijs.nl
www.rsi-vereniging.nl

Literatuur
Slegers, Marlies, Soc kids. Je kind op social media, Scriptum, Schiedam 2012
Bas, J. de, Lessen in mediawijsheid. JSWboek, Amersfoort, ThiemeMeulenhoff 2011.
Zwanenberg, F.,& Pardoen, J. Handboek mediawijsheid. Praktische gids en inspiratiebron voor het onderwijs. Stichting Mijn Kind Online, Leidschendam 2010 (download www.mijnkindonline.nl).