Hoofdstuk 4: Pedagogisch klimaat in de groep

Een positief pedagogisch klimaat in de groep is een voorwaarde voor optimale leeropbrengsten. Je sluit aan bij de drie basisbehoeften van kinderen: de behoefte aan goede relaties, aan competentie en aan autonomie. Het hoofdstuk gaat verder in op het pedagogisch handelen in de klas. Hoe draag je bij aan een positief pedagogisch klimaat en hoe begeleid je kinderen op hun weg naar volwassenheid. Welk opvoedingshouding is hierbij het meest wenselijk?

Opdrachten

Klik op de link hieronder voor de opdrachten in Word:

Opdrachten hoofdstuk 4: Pedagogisch klimaat in de groep

Opdrachten hoofdstuk 4: Pedagogisch klimaat in de groep

1. School en opvoeding

Met deze activiteit verdiep je je in de visie van de school over opvoeding en jouw persoonlijke ideeën hierover. Je kunt dat doen aan de hand van stellingen (vraag 1.1) en/of zelf op onderzoek uitgaan (vraag 1.2). Je kunt de antwoorden verwerken in een presentatie over school en opvoeding, bijvoorbeeld in de vorm van een opstel, een werkstuk, een artikel of een PowerPoint-presentatie.

1.1   Geef je mening over de volgende stellingen over opvoeden en motiveer je antwoord:
a.    Eigenlijk zou er een ‘opvoeddiploma’ moeten bestaan. Het is te gek dat iedereen zomaar mag opvoeden, zonder er verstand van te hebben.
b.    Opvoeden is vooral een kwestie van je gezonde verstand gebruiken.
c.    Opvoeden is vooral een kwestie van je gevoel volgen, doen wat je hart je ingeeft.
d.    Wil je een goede opvoeder zijn, dan heb je behoorlijk wat zelfkennis nodig.
e.    Opvoeden is gekoppeld aan de leeftijdsfase van nul tot ongeveer achttien jaar. Daarna ben je volwassen en word je dus niet meer opgevoed.

1.2    Hoe het pedagogisch klimaat op een school eruitziet, hangt onder meer af van de visie van de school op opvoeding. Je onderzoekt hoe je stageschool hierover denkt, hoe dit in de praktijk zichtbaar wordt en hoe jij denkt over opvoeden. Informatie kun je vinden in de schoolgids, het schoolplan en de website van de school. Ook kun je gesprekken voeren met leerkrachten. Kijk ook eens goed om je heen.
a.    Wat ziet de school als doel van de opvoeding en wat is de taak van de school hierbij?
b.    Welke eigenschappen in een kind vindt de school belangrijk en waar ligt de prioriteit bij de opvoeding in de school? Denk daarbij aan gehoorzaamheid, verdraagzaamheid, voor jezelf opkomen, zelfvertrouwen, zelfstandigheid, enzovoort. Geef steeds met een voorbeeld aan hoe dit in de praktijk op school zichtbaar wordt (of hoe de praktijk botst met de visie op papier).
c.    Welke opvoedingsmiddelen gebruikt de school bij het bereiken van de opvoedingsdoelen en hoe worden die gebruikt? Geef steeds met een voorbeeld aan hoe.
d.    Wat wordt er in de nieuwe kerndoelen 2005 gezegd over opvoedingsdoelen?
e.    Vind jij dat de school een taak heeft bij de opvoeding van kinderen en waarom? Welke taken vind jij bij de school passen en welke bij de ouders?
f.    Welke eigenschappen in een kind vind jij belangrijk als het gaat om opvoeding in de school? Zijn er verschillen tussen jouw opvattingen en de visie van de school? Hoe los je dit in de praktijk op?
g.    Wat voor opvoeder ben jij? Ben je positief of negatief, geduldig of ongeduldig, streng of toegeeflijk, van welke opvoedingsmiddelen maak je veel gebruik en van welke bij voorkeur niet? Wat zijn je sterke en zwakke kanten? Hoe zou jij willen zijn als opvoeder? Wat moet je daarin nog leren?

2. Werken aan een positief pedagogisch klimaat

Deze activiteit maak je met je studiegroep. Je kunt kiezen uit een of meer van de onderdelen. Voor sommige onderdelen is het handig als je eerst het volgende hoofdstuk 7 bestudeert.
Jullie gaan een basisschool ontwerpen met een, volgens jullie studiegroep, ideaal pedagogisch klimaat. Ook werken jullie uit wat dit betekent voor een van de groepen van de school. Tot slot ontwerpen jullie een drietal activiteiten die bijdragen aan een positieve omgang tussen kinderen en het zelfvertrouwen van kinderen. Verwerk de resultaten van deze activiteit in een zelfgekozen presentatievorm. Je rondt deze activiteit af met een evaluatie.

2.1    Ideale school
In een nieuwbouwwijk wordt een nieuwe school gevestigd. Jullie vormen samen het team van de school en bedenken een pedagogisch onderwijsconcept.
a.    Ga brainstormen en schrijf alle ideeën op. Waar staat de school voor? Wat zijn de uitgangspunten en doelstelling? Wat ziet de school als haar opvoedingstaak? Wat vindt de school belangrijke eigenschappen van kinderen? Hoe ziet het pedagogische klimaat eruit en hoe krijgt dat concreet vorm?
b.    Zet de ideeën vervolgens op een rijtje en schrijf er een stukje over voor de schoolgids onder de titel Waar staat de school voor? Met dit stukje open je het verslag van deze activiteit.

2.2    Pedagogisch klimaat in de klas

Voor een van de acht groepen van de ideale school werk je concreet uit wat jullie ideeën in de praktijk betekenen. Je voegt de uitgewerkte ideeën toe aan het verslag. Kies voor welke groep je dit gaat doen, het mag ook een combinatiegroep zijn. Vervolgens werk je de volgende onderdelen uit die samen mede het pedagogisch klimaat in die groep bepalen. Let erop dat jullie ideeën aansluiten bij het ontwikkelingsniveau van de kinderen in de groep:
a.    inrichting van de klas; een plattegrond waarin je aangeeft hoe de klas is ingedeeld en welke activiteiten waar plaatsvinden;
b.    dagindeling;
c.    routines in de klas;
d.    regels waar kinderen zich aan moeten houden;
e.    begeleidingshouding van de groepsleerkracht;
f.     activiteiten die bijdragen aan een positief klimaat.

2.3 Activiteiten die bijdragen aan een positief klimaat
Bij dit onderdeel sluit je aan bij je eigen onderwijspraktijk. De activiteiten kun je wel samen met je studiegroep bedenken, maar een van de activiteiten voer je uit met een groepje kinderen dat je op je stageschool begeleidt. Die activiteit moet daarom aansluiten bij de leeftijdsgroep en de problematiek van de kinderen met wie je werkt.
a.   Werk gezamenlijk drie activiteiten uit die bijdragen aan een positief klimaat. Ga op zoek naar liedjes, verhalen en spelletjes die de positieve omgang tussen de kinderen in de groep bevorderen of bijdragen aan het zelfvertrouwen van kinderen en verwerk die in de activiteiten. Let er bij de keuze van de drie activiteiten op dat ieder lid van jullie groep in ieder geval een activiteit op de eigen stageschool kan uitvoeren.
b.    Welke activiteit kies je om in de praktijk uit te voeren en waarom juist deze?
c.    Voer de activiteiten in de praktijk uit. Zeker als je nog weinig ervaring hebt, kun je dit het beste met een klein groepje kinderen doen.
d.    Voeg de opzet en uitwerking van de drie activiteiten toe aan het verslag plus een individueel verlag van de activiteit die je in de praktijk hebt uitgevoerd (aanleiding, opzet, uitvoering en evaluatie, individuele leerpunten).

2.4  Evaluatie
Evalueer gezamenlijk de activiteit in zijn totaliteit. Kijk zowel naar het proces: hoe hebben jullie eraan gewerkt, hoe verliep het verdelen van de taken, hoe was de inzet van iedereen, wat vonden jullie van de activiteit. En kijk naar het product: zijn jullie tevreden over het resultaat, waar ben je het meest tevreden over, wat had anders of beter gekund? Rond het verslag af met de evaluatie.

Verder lezen

Websites
www.aps.nl> primair onderwijs > schoolveiligheid en schoolklimaat
Vakliteratuur
Diekstra, R. en Hintum, M. van (red.). Opvoedingscanon. Bert Bakker, Amsterdam. 2010.
Malschaert, H., Traas, M., Basisboek opvoeding. Theorie en praktijk. HBUitgevers, Baarn 2011.

Artikelen
Positieve sfeer in de groep