Algemeen

De boeken in de reeks ‘Kennisbasis voor de startende leraar’ zijn geschreven voor leerkrachten in opleiding, zowel via het reguliere als het korte leertraject, en zijn gericht op de beroepspraktijk. De boeken kunnen zelfstandig worden verwerkt en zijn daarom te gebruiken in diverse onderwijsconcepten.

Het is niet noodzakelijk de boeken systematisch door te werken. Afhankelijk van de persoonlijke leerbehoefte kan een keuze worden gemaakt uit de onderwerpen die worden behandeld.

Werken in het basisonderwijs is een afwisselende en verantwoordelijke baan. Afwisselend, omdat je als leerkracht veel verschillende dingen doet en met veel verschillende mensen werkt. Verantwoordelijk, omdat je met kinderen werkt. In het basisonderwijs legt de leerkracht de basis voor een succesvolle persoonlijke en maatschappelijke ontwikkeling van een kind. Het geeft veel voldoening als een kind na acht jaar de school verlaat met zelfvertrouwen en met voldoende bagage.

Een leerkracht heeft voldoende basiskennis nodig om zelfverzekerd en
kundig te werken. De zeven competenties die een leraar primair onderwijs
ontwikkelt, laten dit ook zien. Je bent interpersoonlijk, pedagogisch, vakinhoudelijk, didactisch en organisatorisch competent. Op schoolniveau kun je goed met collega’s en met ouders samenwerken en een bijdrage leveren aan een goedlopende schoolorganisatie. En om competent te blijven, werk je voortdurend aan je eigen ontwikkeling en professionalisering.

Kinderen begeleiden in het onderwijs vraagt om een flexibele, passende
houding en om kennis van de onderwijspraktijk. Als je voor het eerst de klas
ingaat, komt er heel wat op je af. Het is dan erg handig als je over de nodige
praktijkgerichte basiskennis beschikt. Die vind je in de serie boeken‘Kennisbasis voor de startende leraar’.

Werken in het basisonderwijs

Werken in het basisonderwijs sluit aan bij de competenties op schoolniveau (de SBLcompetenties 5, 6 en 7). Je maakt kennis met het onderwijs in Nederland en de maatschappelijke context waarin dat plaatsvindt. Je verdiept je in de levensbeschouwelijke achtergrond en de onderwijskundige visie van scholen. Op welke school voel jij je thuis? Samenwerken met collega’s en het contact met ouders is een belangrijk onderdeel, want goed onderwijs maak je samen. Reflectie op je eigen beroepshouding en functioneren in de school is ten slotte een essentiële vaardigheid om steeds competenter te worden.

Pedagogisch-didactisch begeleiden

Pedagogisch-didactisch begeleiden sluit aan bij de competenties die je nodig hebt bij de begeleiding van kinderen in de klas (de SBL-competenties 1, 2, 3 en 4). Je bent pedagogisch, interpersoonlijk, didactisch en organisatorisch competent. Deze competenties zijn beschreven in respectievelijk deel A, deel B, deel C en deel D van dit boek.

Opvoeden en onderwijs horen bij elkaar, vandaar de titel Pedagogisch-didactisch begeleiden. Het een kun je niet los zien van het ander. Alleen zal
het ene moment het accent liggen op het pedagogische aspect (het optimaal
laten verlopen van de sociaal-emotionele ontwikkeling), en het andere
moment op het vakinhoudelijke en didactische aspect. Dan gaat het erom
wat kinderen leren en hóe ze leren. De kennis en de vaardigheden die zij
zich eigen maken, hebben ze nodig om zowel persoonlijk als maatschappelijk goed te functioneren.