Presenteren

Als je eindproduct een presentatie moet zijn, is het de bedoeling dat je (meestal aan de groep) vertelt of laat zien, wat je onderzocht hebt of wat je aan informatie hebt gevonden.

 

Een presentatie bestaat uit:

  • een voorbereiding
  • een uitvoering

 

 

Bij de voorbereiding van een presentatie:

 

  • bepaal je wat het onderwerp van je presentatie is
  • bepaal je hoe je aan je informatie komt en zoek je die informatie op
  • bepaal je op welke datum en welke tijd je de presentatie houdt
  • bepaal je waar je de presentatie houdt
  • bepaal je hoe lang de presentatie mag duren. Je presentatie moet passen in de tijd die je ervoor hebt
  • bepaal je op welke manier je de presentatie wilt uitvoeren. Er zijn veel mogelijkheden voor het presenteren. Enkele voorbeelden zijn:
    • een spreekbeurt
    • een spreekbeurt met dia’s of met video
    • een spreekbeurt met flip-over of collages
    • een spreekbeurt met een powerpoint-presentatie.
    • Presentaties kunnen ook een toneelstukje, een muurkrant of een website zijn.
  • bepaal je wat je allemaal nodig hebt voor je presentatie
  • zorg je ervoor dat de hulpmiddelen die je nodig hebt klaarstaan. Je moet ook weten hoe de apparatuur werkt
  • maak als je in een groepje werkt afspraken met je groepsgenoten:
    • wie doet het woord?
    • wie vertelt wat?
    • wie beantwoord de vragen?
    • wie zorgt voor de apparatuur?
  • Bepaal je van te voren of je toehoorders tijdens je presentatie vragen mogen stellen. Als je wilt dat ze alleen aan het einde vragen stellen, dan moet je ze dat van te voren laten weten.
  • schrijf je van te voren op wat je wilt vertellen. Je kunt dit dan bij je presentatie bij de hand houden als hulpmiddel.

 

 

De uitvoering van een presentatie bestaat uit:

 

  • een inleiding
  • een kern
  • een slot

 

Bij de inleiding:

  • vertel je wat het onderwerp is
  • waarom je een presentatie doet
  • welke vraag (centrale vraag) je met de presentatie wilt beantwoorden
  • hoe de rest van de presentatie er uit gaat zien
  • wanneer je het liefst vragen beantwoordt: tijdens de presentatie of alleen aan het eind.

 

Bij de kern:

  • vertel je welke informatie je gevonden hebt
  • welke conclusies je trekt
  • wat het antwoord op de centrale vraag is
  • De kern is het grootste gedeelte van je presentatie

Bij het slot:

  • vat je je presentatie samen
  • geef je de gelegenheid tot het stellen van vragen
  • informeer je wat de toehoorders vonden van je presentatie

Je kunt de studiewijzer presenteren downloaden als Word-document.